Relatie

Wie Ben Ik?

Wie Ben Ik?

‘Wie ben ik?’ Dat weet jij best, maar je wilt het niet weten. Je wilt niet weten dat je een verwende prinses bent omdat jouw vader jou in alles tegemoet kwam. Je wilt niet weten dat je moeder gelijk had en dat je niets kunt. Je wilt niet weten dat je iedereen op afstand houdt, dat je onbetrouwbaar bent, zoals je ex je zo vaak heeft gezegd. Dat je een treuzelkont bent, een twijfelaar, onstabiel en dat je op jou geen peil kunt trekken. Je wilt niet horen dat jij besluiteloos bent, zoals je werkgever dat in het evaluatiegesprek heeft genoemd. Dat je elk moment door de mand kunt vallen, zoals je jezelf steeds vertelt. Dat het een wonder is dat nog steeds niemand heeft ontdekt hoe dom je eigenlijk bent. Dat je voor je gevoel nergens bij hoort, dus dat je altijd en overal maar weer toneel moet spelen zodat het lijkt alsof je bij die club hoort.

Deze blog gaat over hoe jij aan jouw basismotieven en de daarop volgende leefregels bent gekomen. Deze vormen namelijk ideeën in jouw hoofd die jouw kunnen belemmeren in het dagelijks leven en in jouw relatie tot anderen. Deze basismotieven en leefregels hadden in beginsel een functie, maar zijn deze motieven en regels nog wel van deze tijd? Of kun je ze wellicht beter overboord gooien en andere, vernieuwde leefregels gaan hanteren?

Leefregels

Je hebt de negatieve verhalen van anderen over jou wel degelijk geïnternaliseerd, ook al wil je er officieel niets van weten. Het zijn je eigen verhalen geworden. De positieve verhalen heb je je ook eigen gemaakt, maar die laat je minder meetellen. Gedurende het leven waaien positieve verhalen weg als losse dakpannen in een stormwind, terwijl de negatieve verhalen stevig blijven liggen. De negatieve verhalen over jezelf heb je overgenomen van belangrijke mensen in je leven, en dan heb je er zelf ook nog wat bij verzonnen op grond van indrukwekkende ervaringen. Je kunt hier meer over lezen in het boek De Kracht Van Het Negatieve.

Zo vertelde een vrouw van midden 40 in mijn praktijk, laten wij haar Alissa noemen, hoe zij de bevestiging in haar leven heeft gekregen dat zij er er niet toe deed. Haar familie ziet haar niet staan, wijst haar (voor haar gevoel) af en heeft nooit naar haar omgekeken op momenten dat zij hen zo hard nodig had in haar leven. Zij voelt zich niet serieus genomen, niet gehoord en niet gezien. En heeft lange tijd gedacht en gevoeld dat zij op nummer twee (of drie of vier) stond in relaties tot anderen. Dat heeft het leven haar geleerd.

Basismotieven

De verhalen die je over jezelf vertelt, worden basismotieven genoemd. Basismotieven zijn meestal negatief. In zijn boek Verslaafd aan liefde, vertelt schrijver Jan Geurtz dan ook over zelfafwijzing: ‘Een ten diepste geveld negatief oordeel over jezelf.’ Deze oordelen of basismotieven bepalen wat je doet en hoe je in de wereld staat. Ze sturen bovendien je waarneming aan. Alissa had bij het horen van het feit dat zij door haar halfbroer niet uitgenodigd was op de surpriseparty voor de 75ste verjaardag van haar moeder, kunnen denken dat haar halfbroer een enorme lul is, maar in plaats daarvan kreeg zij de bevestiging voor haar eigen onbelangrijkheid. Omdat ze nu eenmaal vond dat zij er niet toe deed, interpreteerde ze dit als zodanig dat haar oordeel werd bevestigd.

Negatieve basismotieven komen in evenveel smaken als er mensen zijn: ik ben een loser, mensen sluiten mij altijd buiten, ik ben een einzelgänger, ze moeten mij altijd hebben, ik kom niet uit de verf, het lukt mij steeds net niet, ik ben voor het ongeluk geboren en ga zo maar door. Toch zijn al deze negatieve oordelen om en nabij samen te vatten in drie algemene basismotieven:

  • Ik hoor er niet bij
  • Ik kan het niet
  • Ik doe er niet toe

Alissa’s geeft letterlijk terug altijd het gevoel te hebben gehad dat zij er niet toe deed. Alissa vindt dat zij onbelangrijk is in de ogen van andere mensen. Deze gedachte vormt de kern van haar identiteit.

Negatieve basismotieven vormen een identiteit die op zelfafwijzing is gebouwd. Je denkt: ‘Ik ben niet serieus. Ik kan het leven niet aan. Ik weet de meest basale dingen niet. Ik ben verwend.’ Tegen deze zelfafwijzing moet je in het verweer komen, anders bezwijk je onder de negatieve last.

Je beschermt jezelf tegen de invloed van zulke basismotieven op twee manieren:

  1. Je drukt ze uit je bewustzijn. Je verdringt ze. Wie wil er nou de hele dag denken dat ze er niet toe doet? De strategie van verdringen is beperkt effectief, want hoe hard je de zelfafwijzing ook wegdrukt, ze blijft je visie op jezelf en vooral je gedrag bepalen. Verdrongen, onbewuste motieven hebben misschien nog wel meer invloed, juist omdat ze niet bewust meer zijn. Je merkt niet dat ze hun schadelijke invloed uitoefenen.
  2. Je stelt iets tegenover je basismotieven waar je wel verder mee kunt in het leven. Je stelt er een richtlijn tegenover, een vuistregel, een leefregel. Annemiek zegt tijdens ons gesprek: ‘Ik doe er niet toe. Dus zet ik anderen op de eerste plaats. Doordat ik mij sterk op andere mensen richt, hoeft het nooit over mij te gaan. Laatst organiseerde ik bijvoorbeeld een bbq voor een paar vrienden. Iedereen zei tegen mijn vriend dat het heel gezellig was en dat het eten voortreffelijk was en dat het fijn was om na de lockdown weer samen te kunnen zijn. En dat we dit echt vaker moeten doen. Dan ben ik dus blij! Ik heb er alles aan gedaan om het onze vrienden naar de zin te maken. De complimenten gaan niet over mij, maar over mijn vermogen om het fijn te maken voor anderen.

Leefregels geven je een reden van bestaan, ondanks de negatieve opvattingen die je over jezelf hebt. Leefregels houden zelfafwijzing buiten de deur. Je hoeft je niet tweederangs (ik doe er niet toe) te voelen als je het anderen naar de zin maakt. Ook leefregels komen in ontelbaar vele smaken: je moet je niet laten kisten, ik ben een overlever, je kunt niemand vertrouwen behalve jezelf, je moet je stinkende best doen- meer kun je niet doen, ik ben een belangrijk mens, ik ben een selfmade mens, ik heb een groot hart et cetera. Net als basismotieven kun je leefregels samenvatten in drie thema’s:

  • Altijd Alles Alleen
  • Perfect
  • Anderen Eerst

Altijd Alles Alleen Doen

De leefregel Altijd Alles Alleen doen, voor het gemak noemen wij deze Triple-A. Triple-A- personen zijn voornamelijk met zichzelf bezig: hún ideeën, hún dromen, hún wensen. Het grote voordeel van deze leefregel is dat je veel van je wensen kunt realiseren. Het nadeel is dat Triple-A’s moeilijk in verbinding komen of blijven met andere mensen.

Stel je voor: je ouders vertellen je op je achtste dat ze gaan scheiden. Jij en je moeder verhuizen. Als achtjarige denk je: ‘Ik ben het niet waard om voor thuis te blijven. Ik ben een slecht kind. Mama houdt niet van mij, omdat ik niet goed luisterde.’ Later compenseer je zo’n negatief oordeel over jezelf door te besluiten dat je niets meer met andere mensen te maken wilt hebben. Voortaan doe je het zelf wel. Je zondert je af van de buitenwereld.

Mensen gaan altijd alles alleen doen naar aanleiding van een verlies, zoals bij de scheiding van hun ouders, of nadat ze zelf zijn gescheiden. Je kunt ook een Triple- A- persoon doordat mensen je hebben gepest of buitengesloten. Triple-A’s kunnen impulsief zijn: als je altijd alleen op jezelf vertrouwt, leer je om elke impuls te volgen. Ze houden niet van hokjes denken, omdat ze niet door anderen willen worden beperkt. Ze gaan soms te lang door in een slechte situatie, omdat ze het belangrijker vinden dat zij zelf bepalen wat er gebeurt, dan dat ze adviezen van anderen opvolgen. Mensen die altijd alles alleen doen, hebben iets weg van kluizenaars.

Perfect

Mensen met deze leefregel moeten van zichzelf altijd en overal hun uiterste best doen. Deze mentale atleten leven volgens het olympische motto citius, altius, fortius, het moet altijd sneller, hoger en krachtiger.

Basismotief en de leefregel De Topatleet

De ideeën en wensen van ‘perfecte’ mensen zijn een amalgaam van hun eigen wensen en de wensen van anderen. Ze willen het allemaal zo perfect mogelijk doen volgens hun eigen standaarden, om in de smaak te vallen bij andere mensen. Perfecte mensen zijn overmoeibaar in alles wat ze doen, of het nou het inrichten van de kledingkast is (alle kleding op kleur en in nette stapels) of het uitvoeren van hun werk. Alles moet perfect gebeuren. Want anders ontdekt misschien iemand, of ze ontdekken het zelf, dat ze niet deugen.

Perfecte atleten blijven strijden om beter te presteren, maar als dit onmogelijk lijkt gooien ze de handdoek in de ring. Omdat perfecte mensen vaak last hebben van faalangst kunnen ze eindeloos uitstellen en treuzelen. Ze zijn gevoelig voor verslaving, bijvoorbeeld hard werken en trainen.

Anderen Eerst

De leefregel van Alissa, Anderen Eerst, gaat op voor mensen die automatisch anderen op de eerste plek zetten. Ze cijferen zichzelf weg. De reden van hun bestaan ligt niet in het bereiken van een droom of een hoogtepunt, maar in ervoor zorgen dat anderen hun dromen waarmaken. Anderen eerst kan verschillende vormen aannemen. Sommigen met deze leefregel zijn pleasers, ze zijn gewend om mensen in hun omgeving te vleien. Anderen hebben de neiging om mensen te redden. Weer anderen voelen zich verantwoordelijk voor hun relaties met geliefden, vrienden en familie. Mensen met de leefregel anderen eerst vermijden conflicten. Ze zijn gevoelig voor de mening van anderen. Veel hulpverleners (verpleegkundigen, artsen, psychologen, coaches, therapeuten, mediators, leraren) leven volgens deze regel.

Basismotief en leefregel De Hulpverlener

Gevolgen voor je relatie

Deze leefregels kunnen voor strubbelingen en onbegrip in je relatie zorgen. Het is daarom fijn om te weten welke verhalen jij over jezelf vertelt. Dit kan echt verhelderend werken! Je kunt gaan begrijpen waarom jij doet wat je doet en waar dit vandaan komt. Als je partner deze oefening ook maakt, dan zul je zien dat jullie bepaalde reacties van elkaar ook beter kunnen plaatsen.

Wil jij meer inzicht in jezelf én in je partner? Download hier dan middels onderstaande knop de oefening en ga aan de slag!

Bron: Het Moet Helemaal Anders, Jean Pierre van de Ven

Aanbevolen artikelen