Soort zoekt soort: Waarom kiezen we de partners die we kiezen?
Waarom val je op bepaalde mensen? Is het toeval, pure aantrekkingskracht, of zit er meer achter? Een veelgestelde vraag is of mensen met een onveilige hechting een onveilige partner kiezen. En hoe zit het met de theorie dat narcisten bewust hun slachtoffers uitkiezen? In deze blog duiken we in wetenschappelijk onderzoek naar partnerkeuze en ontdekken we hoe hechtingsstijlen en conditionering hierin een rol spelen.
Soort zoekt soort: Wat zegt de wetenschap?
Onderzoek wijst uit dat mensen vaak een partner kiezen die op hen lijkt. Dit geldt voor verschillende aspecten, zoals:
- Leeftijd
- Intelligentie (IQ)
- Waarden en normen
- Sociaal-economische achtergrond
- Persoonlijkheidseigenschappen (zoals introversie of extraversie)
- Fysieke aantrekkelijkheid
We zoeken onbewust binnen ons eigen referentiekader naar een partner die bekend en vertrouwd aanvoelt. De evolutietheorie ondersteunt dit: het onbekende kan als risicovol worden ervaren, terwijl overeenkomsten juist een gevoel van veiligheid geven. Dit verklaart waarom we vaak iemand kiezen die binnen onze sociale en culturele omgeving past.

Seksuele imprinting: De invloed van onze ouders
Naast algemene gelijkenissen blijkt dat mensen zich vaak aangetrokken voelen tot partners die lijken op hun primaire verzorger van het tegenovergestelde geslacht. Dit fenomeen heet seksuele imprinting.
Voorbeelden:
- Een vrouw die een relatie zoekt met een man, zal zich sneller aangetrokken voelen tot iemand die kenmerken heeft van haar vader.
- Een man zal eerder vallen op een vrouw die lijkt op zijn moeder.
Deze biologische programmering komt vooral voor bij veilig gehechte mensen. Hun positieve ervaringen met hun primaire verzorger maken dat ze zich aangetrokken voelen tot soortgelijke personen.
Klassieke conditionering: Hoe hechting onze partnerkeuze beïnvloedt
Voor onveilig gehechte personen werkt dit mechanisme anders. Zij hebben vaak een primaire verzorger gehad die inconsistent, afwijzend of zelfs schadelijk was. Hierdoor ontstaat een ander patroon: zij ontwikkelen een voorkeur voor partners die juist niet lijken op hun verzorger.
Dit principe wordt verklaard door klassieke conditionering:
- Als een kind liefde en sensitiviteit heeft ervaren van een ouder met bepaalde kenmerken, zal het later partners met vergelijkbare kenmerken als veilig ervaren.
- Als een ouder juist afwijzend of gewelddadig was, zal het kind deze kenmerken associëren met gevaar en afwijzing. Het zal eerder een partner kiezen met tegengestelde eigenschappen.
Kiezen slachtoffers echt altijd voor een narcist?
De media besteden momenteel veel aandacht aan narcisme en de dynamiek tussen narcisten en hun partners. Vaak wordt gesuggereerd dat narcisten bewust hun slachtoffers uitkiezen om hen te manipuleren. Maar klopt dit beeld?
Uit onderzoek blijkt dat partnerkeuze een complex samenspel is van biologische en psychologische factoren. Mensen met een onveilige hechting kunnen geneigd zijn om in destructieve relaties te blijven, omdat deze patronen hen bekend voorkomen. Maar dit betekent niet dat ze bewust kiezen voor een narcist, noch dat ze voorbestemd zijn om altijd in ongezonde relaties terecht te komen.
Sterker nog: de meeste mensen, ongeacht hun hechtingsstijl, zoeken uiteindelijk een veilig gehechte partner. Iedereen wil in de basis een relatie waarin zowel nabijheid als autonomie in balans is. Dit geeft hoop: hechtingspatronen zijn niet onveranderlijk en mensen kunnen leren gezondere keuzes te maken in hun relaties.
Conclusie
Partnerkeuze is geen toeval. We zoeken onbewust iemand die op ons lijkt, zowel qua uiterlijk als innerlijk. Veilig gehechte mensen voelen zich vaak aangetrokken tot partners die lijken op hun ouder(s) van het tegenovergestelde geslacht, terwijl onveilig gehechte mensen eerder geneigd zijn een partner te kiezen die juist niet op hun ouder lijkt. Hoewel hechtingsstijlen een rol spelen in onze partnerkeuze, blijkt uit onderzoek dat iedereen – veilig of onveilig gehecht – uiteindelijk een gezonde, stabiele relatie wil.
Bronnen:
- Bowlby, J. (1969). Attachment and Loss.
- Hazan, C., & Shaver, P. (1987). Romantic love conceptualized as an attachment process. Journal of Personality and Social Psychology.
- Fraley, R. C., & Shaver, P. R. (2000). Adult romantic attachment: Theoretical developments, emerging controversies, and unanswered questions.
Wil je meer weten over hechting en relaties? Neem contact op voor een gesprek!